![]() |
|
||||||||||||||
HOME MARKETING KENNISBANK ICT KENNISBANK SECURITY KENNISBANK QPK KENNISBANK MANAGEMENT KENNISBANK OPLEIDINGEN, CURSUSSEN ONZE REACTIE OP HET NIEUWS GRIEPPANDEMIE EN BEDRIJFSSCHADE OVER ZBC EN DE KENNISBANKEN |
Mensen leren, organisaties nietInhoudsopgave
1. Mensen leren, organisaties niet1.1 InleidingDoor de vraag naar nieuwe producten in de markt en een kortere time-to-market zien we een gelijkmatige verplaatsing van kapitaal- en arbeidintensieve organisaties naar kennisintensieve organisaties [Starbuck, 1992]. Bijna alle organisaties in de dienstverlenende, industriële en overheidsector worden kennisintensiever [Drucker, 1988]. Deze veranderingen brengen een andere kijk op organisaties met zich mee. Organisaties zijn steeds meer afhankelijk van de kennis die ze in huis hebben. Om deze kennis up-to-date te houden, wordt leren in organisaties steeds belangrijker. Organisaties nemen dan ook verschillende maatregelen om hun werknemers te ondersteunen in hun leerprocessen. Termen als Organisation learning en Learning organisation komen dan ook veelvuldig voor in de organisatieliteratuur. Dit artikel zal ingaan op het begrip leren in een organisatie. Er zal worden beschreven dat organisaties op zich niet kunnen leren, maar dat wel de werknemers, individueel en collectief in de organisatie leren. 1.2 Kennisintensieve organisatie en hun werknemersOrganisaties worden steeds kennisintensiever [Druker, 1988]. Om de kennis te vergaren speelt leren in de organisatie een steeds belangrijkere rol. Weggeman definieert een kennisintensieve organisatie als volgt: ‘Een kennisintensieve organisatie is een organisatie met overwegend kenniswerkers in het primaire proces of tenminste in de technische staf mits die een dominante invloed heeft op het functioneren van het primaire proces. In een kennisintensieve organisatie zijn kenniswerkers bezig kennis te inventariseren, te ontwikkelen, te integreren, te delen, toe te passen en te evalueren teneinde de organisatiedoelen te realiseren en interne en externe klanten alsmede zichzelf tevreden te stellen’ [Weggeman, 1995]. Een kennisintensieve organisatie is voor haar functioneren afhankelijk van de uitvoering van professionals. Werknemers van een kennisintensieve organisatie worden doorgaans ook wel ‘kenniswerkers’ genoemd. Het zijn professionals die over een exclusiever vermogen beschikken dan de werknemers die vooral de productiefactor arbeid inbrengen. Kenniswerkers kunnen hierdoor ook relatief hogere eisen stellen aan de organisatie waarin zij hun werkzaamheden uitvoeren. Deze eisen kunnen liggen op het gebied van materiële en pragmatische eisen, maar ook immateriële eisen. Veelal hebben kenniswerkers een mindere binding met de organisatie en zijn zij meer individualistiser ingesteld dan niet-kenniswerkers. Kenniswerkers staan veelal ook maar gedeeltelijk binnen de eigen organisatie. Zij werken veelal dicht bij de klant, regelmatig zelfs binnen de organisatie van de klant. Verder is de trend dat kenniswerkers sneller van baan verwisselen (Jobhoppen), zich als zelfstandige verhuren of een eigen bedrijf beginnen. De binding met de eigen organisatie, met collegae is daarom kleiner. Leren is een proces dat voortdurend aan de orde is bij kenniswerkers. Immers het enige product dat kenniswerkers aan de organisatie kunnen leveren is kennis. Het is voor hen dan ook erg belangrijk dat zij hun kennis steeds verrijken. Zij verwachten dan ook van de organisatie waarin ze werken dat deze hun ondersteuning biedt in leren en het steeds opnieuw verwerven en ontwikkelen van nieuwe kennis. Voor kennisintensieve organisaties is het van belang, willen zij de concurrentie voor blijven, dat hun kenniswerkers steeds blijven leren en nieuwe kennis vergaren en dat de kennis binnen de organisatie blijft. Om de kennis in de organisatie te houden en deze up-to-date te houden worden termen als Organisation learning en Learning organisation ingevoerd. Voor het management van de organisatie is het van groot belang dat zoveel mogelijk leden van de organisatie leren. Tenslotte hoe meer kennis de organisatie bezit, des te beter de organisatie de concurrentie voor kan blijven. Maar kan de organisatie als geheel eigenlijk wel leren? Zijn het niet alleen de kenniswerkers die leren? 1.3 Mensen leren, organisaties niet.Marquardt stelt dat individueel leren nodig is om te leren in organisaties, omdat individuen de bouwstenen van groepen en organisaties zijn [Marquardt, 1996]. Senge veronderstelt dat organisaties alleen kunnen leren door individuen die leren [Senge, 1990a]. Czegledy zegt dat ‘Organisations do not learn, people do; all frames of reference must follow from this social fact.’ [Czegledy, 1996]. Met deze stellingen wordt verondersteld dat een organisatie niet leert. Het zijn de werknemers die in een organisatie individueel en collectief leren. In een organisatie kan individueel geleerd worden, sterker nog, in een organisatie wordt individueel geleerd omdat mensen (bewust of onbewust) continu, of ze nu willen of niet leren [Huizing, 1999]. ‘Je bent nooit te oud om te leren’. Werknemers leren constant tijdens de dagelijkse werkzaamheden. Neem een projectleider die leert van de gemaakte fouten tijdens een project. Maar ook in de lunchpauze wordt geleerd wanneer men met elkaar over de dagelijkse werkzaamheden praat. Een andere wijze van leren is collectief leren. Collectief leren is niet de som van individuen die leren [Fiol & Lyles, 1985]. Weggeman zegt dat ‘collectief leren begrepen kan worden als aanduiding voor een situatie waarin meerdere tot hetzelfde collectief behorende personen, in eenzelfde periode individueel of in interactie bezig zijn binnen eenzelfde domein hun kennis verrijken’[Weggeman, 1997]. Collectief leren in een organisatie geschiedt zelden. Hiervoor zijn een aantal redenen aan te wijzen:
2. Individueel leren2.1 InleidingIn het vorige hoofdstuk is verondersteld dat leren op het niveau van de organisatie niet kan. Leren kan alleen individueel en in kleine groepen gebeuren. Kennisintensieve organisaties zijn afhankelijk van de kennis die hun kenniswerkers bezitten. Deze kennis kan verkregen worden door te leren. Dit hoofdstuk zal ingaan op het begrip leren. Er wordt bekeken wat leren is en op welke manieren individuen kunnen leren. 2.2 Wat is individueel leren?Tenkasi definieert leren als volgt: ‘Learning can be seen as a change in outlook of concepts, theories and meanings. Such a change in outlook affects our general beliefs and expectations and also our experiences and conceptions of reality.’ [Tenkasi, 1996 p.87]. Volgens Huizing is leren een proces van het voortdurend construeren van nieuwe betekenissen [Huizing, 1999]. Leren is dus een proces van concrete ervaringen, observatie en reflectie, het aanpassen van mentale modellen en het testen van de aangepaste modellen in nieuwe situaties (zie figuur 1) [Kolb, 1984] . ![]() Figuur 1: De leercyclus Wanneer we leren gaan we allemaal door dit proces heen. Neem het voorbeeld van een automonteur: 2.3 Adaptive versus Generative learningAdaptive learning staat gelijk aan problemen oplossen. Het accent ligt daarbij op het ontdekken en corrigeren van fouten in bekende, vertrouwde situaties. Er bestaat een gedeeld en helder normbeeld van de betreffende situatie. Wanneer er situaties ontstaan die te ver afwijken van dit normbeeld wordt dit als een probleem gezien en opgelost. Het oplossen van het probleem gebeurt door het hanteren van een aantal methodes welke op een aantal manieren aangewend kunnen worden. Met deze vorm van leren kijken we niet hoe het probleem is ontstaan. Neem wederom het voorbeeld van een automonteur:. Hij kan erg goed zijn in het in elkaar zetten van een motor. Door dit vele malen te doen leert hij en wordt steeds beter in het in elkaar zetten van de motor. Fouten die hij in het verleden maakte zal hij niet zo snel meer maken. Generative learning is gericht op het vernieuwen van een aangetroffen situatie. Vertrouwdheid en bekendheid met de specifieke situatie zijn van minder belang omdat het normbeeld en de bijbehorende tolerantiegrenzen voortdurend veranderen. Bij generative learining passen we constant onze methodes van oplossen aan. Het is een proces van identificeren van problemen, het inzien van oplossingen en het veranderen van routines van hoe we in het verleden problemen oplosten. Dit generative learning gebeurt wanneer we een probleem zien/ onderkennen en dit oplossen door te kijken hoe dit probleem ontstond, wat de oorzaken waren en onder welke omstandigheden dit probleem zich voordeed. Wanneer we dit inzien lossen we het probleem op door te kijken naar verschillende methodes. 2.4 Kennis is het product van lerenAnderson definieert kennis als ‘the relative permanent record of the experience that underlies learning’ [Anderson, 1995]. Weick ziet leren als ‘Het doorlopen van een proces waarmee –impliciete of expliciete kennis verrijkt wordt.’ [Weick, 1991, p.116-124]. Hieruit volgt dat kennis het product van leren is. Wanneer we leren, vergaren we kennis. In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten kennis. Weggeman definieert kennis als de som van informatie, ervaringen, vaardigheden en attituden. Dit komt overeen met wat Nonaka en Takeuchi onderscheiden als expliciete (explicit) en impliciete (tacit) kennis. Expliciete kennis :is kennis die geformaliseerd en gecodeerd is en welke makkelijk overdraagbaar is. Impliciete kennis: is kennis die de gestolde ervaring van het handelende individu omvat en opgebouwd is uit een model van de wereld –een persoonlijke creatie-, overtuigingen, gezichtspunten en knowhow. Deze kennis is moeilijker overdraagbaar [Nonaka en Takeuchi, 1995]. Verder treffen we nog drie andere soorten kennis in de literatuur aan. Deklaratieve kennis :Deze kennis is vooral gebaseerd op feiten en richt zich op de vraag: ‘Wat is het?’. Procedurele kennis: Deze kennis is gebaseerd op knowhow, procedures, routines en richt zich op de vraag: ‘Hoe kan ik het toepassen?’. Conditionele kennis: Deze kennis is gebaseerd op het bekijken van de situatie uit een bepaald perspectief en richt zich op de vraag: ‘Onder welke omstandigheden kan ik het toepassen?’. [Huber, 1991] Het opbouwen van deze drie soorten kennis is oplopend moeilijker. Deklaratief is het eenvoudigst, het opbouwen van procedurele kennis is moeilijker en duurt jaren en het opbouwen van conditionele kennis is het moeilijkst. Wanneer we de kennissoorten van Huber en Nonaka en Takeuchi combineren krijgen we zes soorten kennis [Blanken, 1999], [Huizing, 1999] (Tabel 1).
Deklaratieve, procedurele en conditionele kennis bestaan alle drie uit een deel expliciete en een deel impliciete kennis. Hoe meer de kennis opgaat in de richting van conditionele kennis, hoe meer impliciete kennis nodig zal zijn om deze kennis te vergaren en te kunnen begrijpen. 2.5 Leren door uitwisselen van verschillende soorten kennisLeren is een proces van identificeren van problemen, het inzien van oplossingen, het veranderen van routines van hoe we in het verleden problemen oplosten en het testen van de aangepaste routines in nieuwe situaties. Wanneer we een probleem ondervinden gaan we op zoek naar een oplossing. Deze oplossing kan gevonden worden door het vergaren van informatie over het onderwerp van waaruit het probleem is ontstaan. Kenniswerkers zullen veelal bij collegae te rade gaan. Misschien bezitten zij wel de kennis die een oplossing voor het ondervonden probleem kan zijn. Maar wat voor de collega (de kennisaanbieder) kennis is, is voor de kenniswerker (de kennisvrager) nog geen kennis, het is hoogstens informatie. Kennis was gedefinieerd als informatie wat gebaseerd is op ervaringen, knowhow en theorieën. De uitgewisselde informatie wordt pas door de kennisvrager geïnternaliseerd (wordt kennis voor de kennisvrager) wanneer deze informatie vele malen door het leerproces gaat en een positief resultaat oplevert.[Huizing 1999]
De laatste vorm van kennisconversie is dat expliciete kennis naar impliciete kennis wordt geconverteerd. Dit gebeurt wanneer expliciete kennis door individuen worden geïnternaliseerd. Deze kennis wordt persoonlijk en wordt als vanzelfsprekend beschouwd. 2.6 ConclusieAls individu leren we de hele dag door. Het product van dit leren is kennis. Om te kunnen leren hebben we informatie nodig. Deze informatie is informatie of kennis voor de degene waarvan we willen leren. We hebben zes soorten kennis onderscheiden, welke van moeilijk tot zeer moeilijk overdraagbaar liepen. Willen we individueel in de organisatie leren zullen we rekening moeten houden met deze zes soorten kennis en de mate van overdraagbaarheid op een ander.
3. Collectief leren3.1 InleidingKennisintensieve organisaties streven ernaar om als organisatie zoveel mogelijk kennis te bezitten. De gedachte hierachter is, dat als de organisatie als geheel leert, zij zoveel kennis vergaart, dat zij een voorsprong krijgt of behoudt op de concurrenten. Organisation learning en Learning organisation zijn dan ook veel gehoorde termen in de literatuur. Er zal bekeken worden wat er in de literatuur onder deze termen verstaan wordt en hoe dit overeenkomt met de veronderstelling dat leren op het niveau van de organisatie onmogelijk is. 3.2 Learning organisation vs Organisation learning.In de literatuur komen we veel verschillende definities tegen van de termen Organisation learning en Learning organisation. Zo definieert Senge een Learning organisation als ‘a group of people continually enhancing their capacity to create what they want to create’ [Senge, 1990]. Volgens Addleson is een Learning organisation ‘an organisation where actions and decisions are guided by an appreciation of the importance of communities in organizational life and where managing is focused on building and sustaining relationships’ [Addleson, 1995]. Argyris definieert Organisation learning als het proces van ‘detection and correction of errors’ [Argyris, 1977]. Fiol and Lyles zien Organisation learning als ‘the process of improving actions through better knowledge and understanding’ [Fiol and Lyles, 1985]. Huber zegt dat Organisation learning gebeurt ‘if through its processing of information, the range of its (organisational) potential behaviour is changed’ [Huber, 1991]. 3.3 Collectief leren in de organisatie?‘Collectief leren kan begrepen worden als aanduiding voor een situatie waarin meerdere tot hetzelfde collectief behorende personen, in eenzelfde periode individueel of interactief bezig zijn binnen eenzelfde domein hun kennis verrijken’[Weggeman, 1997]. Deze definitie zegt dat collectief leren door individuen gebeurt die in groepen werkzaam zijn. Uitgaande van deze definitie is het dus helemaal niet vanzelfsprekend dat er collectief geleerd wordt. De resultaten van deelname aan een collectief leerproces kunnen op individueel niveau heel verschillend zijn omdat individuen verschillende soorten kennis hadden voordat het collectieve leerproces startte. Maar wanneer wordt er dan wel collectief geleerd? Huber gaat hier verder mee en geeft vier stellingen welke de mate aangeven waarin Organisation learning kan geschieden [Huber, 1991, p.90]:
Deze laatste twee vormen van organisatie leren komen nauwelijks voor. Bij deze twee vormen spelen meerdere soorten kennis een rol. Het gaat hier niet alleen maar om de uitwisseling van deklaratieve, expliciete kennis, maar ook om conditionele, impliciete kennis. En zoals gezegd: hoe meer soorten kennis een rol spelen bij het leerproces, hoe beperkter de groep mensen zal kunnen zijn om dit proces effectief te laten verlopen. Willen we deze kennis uitwisselen dan is het van belang is dat men op de hoogte is van de achterliggende theorieën van waaruit de interpretaties zijn ontstaan. 3.4 Leren door het expliciteren en aanpassen van mentale modellenWanneer we impliciete en / of conditionele kennis proberen te vergaren van een ander dan zullen we moeten kijken naar de gedachtegangen van de ander. Omdat we allemaal handelen vanuit onze eigen ervaringen, vaardigheden en attituden zullen we allemaal anders leren en dingen niet op dezelfde manier van elkaar kunnen begrijpen. Willen we dus van elkaar leren dan zullen we van elkaar moeten weten vanuit welke theorieën, ervaringen en vaardigheden we handelen. ![]() Figuur 2: Informatie selectieproces De factoren uit figuur 3 tezamen bepalen welke informatie het selectieproces doorstaat en welke informatie afvalt. Het meeste van wat we opnemen proberen we gelijk te categoriseren. Zo categoriseren we mensen als man of vrouw, extrovert of verlegen, enz. Deze categorieën zijn niet aangeboden, ze zijn aangeleerd en verschillen van persoon tot persoon en van cultuur tot cultuur. Deze categorieën worden concepten genoemd. Ieder mens heeft een aantal van deze concepten. Verder heeft ieder mens een mentaal beeld van deze categorie. Wanneer ik het woord ‘ hond’ noem krijg je een bepaalde voorstelling van zo’n beestje in je hoofd. Ieder persoon heeft een andere voorstelling van zo’n hond in zijn hoofd. Dus aan de hand van de mentale beelden kan je een onderscheid maken tussen wat een hond is en wat niet.
Het expliciteren van mentale modellen is geen eenvoudige zaak. Om dit goed te doen, moeten we van bovenstaande (zie fig. 3) factoren op de hoogte zijn [Gleitman, 1995]. Wanneer we dit weten kunnen we begrijpen waarom iemand zaken op een bepaalde manier interpreteert. 3.5 Randvoorwaarden om te leren in een organisatieOm te kunnen leren in een organisatie moet de organisatie aan een aantal voorwaarden voldoen. Denton geeft een vijftal belangrijke karakteristieken waaraan een organisatie moet voldoen wil men kunnen leren in een organisatie [Denton, 1998].
4. ConclusieKennisintensieve organisaties leunen steeds meer op de vierde productiefactor kennis en hun werknemers, kenniswerkers genoemd. Deze professionals zijn afhankelijk van de kennis die ze bezitten. Het is het enige product dat ze kunnen leveren aan de organisatie. Het is voor hen dus van belang dat ze constant leren om zo de kennis die ze bezitten aan te vullen en te vernieuwen. Leren in organisaties gebeurt op het niveau van de individu (de individuele kenniswerker) en in kleine groepen. Leren geschiedt door het proces van identificeren van problemen, het inzien van oplossingen en het veranderen van routines van hoe we in het verleden problemen oplosten en het testen van de aangepaste routines in nieuwe situaties. Willen we problemen oplossen dan hebben we informatie nodig, wat verkregen kan worden bij bijvoorbeeld een collega. Deze informatie is voor de collega kennis. We hebben zes soorten kennis onderscheiden. Wanneer meer soorten kennis een rol gaan spelen in het collectieve leerproces, dan zal de groep beperkter moeten zijn om dit proces effectief te laten verlopen. Het uitwisselen van deklaratieve, expliciete kennis kan op het niveau van de organisatie door de bekende media gebeuren. Wanneer de kennis meer richting impliciete, procedurele of conditionele kennis gaat zal het uitwisselen van deze kennis niet meer via de bekende media kunnen. [Huizing 1999]. De organisatie zal meer organisationele, procedurele en sociale maatregelen moeten treffen om het leerproces te ondersteunen. Literatuur Addleson M., Equilibrium versus understanding; Towards the restoration of economics as a social theory, Argyris C. and Schon D.A., Organizational Learning: A theory of action perspective reading, MA, Addison-Wesley, 1978 Blanken P. & Loon van N., Het naasten van kennis; Praktische richtlijnen voor modern ‘knowledgemanagement’, Blanken P.J., Loon van N., Het naasten van kennis, Computable, 12 mrt 1999, nr 10, pag. 42. Crossan M.M. & Lane H.W. & White R.E., An organizational learning framework: from intuition to institition, Czegledy A.P., New directions for Organisational Learning in Eastern Europe, Organization Studies 17(2): pp. 327-341, 1996. Denton J.,Organisational learning and effictiveness, Routledge, 1998 Drucker P., The coming of the new organisation, Harvard Business Review, Jan-Feb, pp. 45-53, 1988. Fiol C.M. and Lyles M.A., Organizational Learning, Academy of Management Review 7, 1985 Gee J.P., The social mind, Bergin and Garvey, New York, NY, 1992 Graham A.,The Learning Organisation: Managing knowledge for business succes, New York: Economist Intelligence Unit, 1996. Huber G.P., Organizational learning: the contributing processes and the literatures, Organazational Science, Vol 2, No. 1, Feb. 1991, Huizing A., De markt voor kennis, PrimaVera Working Paper, Jan 2001, Universiteit van Amsterdam Huizing A, Citaten uit een interview, 1999 Jones A., Hendry C., The learning organisation; Adult learning and organisational transformation, Kolb A.D., Experimental learning; Experience as the source of learning and development, Englewood Cliffs, NJ, Prentice-Hall, 1984. Marquardt M.J., Building the learning organisation: A systems approach to quantum improvement and global success, New York:McGraw-Hill, 1994 Miles R.H., Macro Organizational Behaviour, Santa Monica, CA:Goodyear, 1980 Nonaka, I. & Takeuchi H., The knowledge creating company: how Japaneses companies create the dynamics of innovation., Schein E.H, Organizational Learning :What is New?, MIT Sloan School of Management, 1999 Schein E.H, Organizational Learning as Cognitive Re-devinition: Coercive Persuasion Revised, MIT Sloan School of Management, 1999 Schein E.H., Organizational and managerial cultures as a facilitator or inhibitor of organizational learning, MIT Sloan School of Management, 1994 Schein E.H., Three Cultures of management: The key to organizational learning in the 21st century, MIT Sloan School of Management, 1999 Senge P.M., The fifth discipline: The art and practiceof the learning organisation, New York: Doubleday, 1990a. Starbuck W.H., Learning by knowledge-intensive firms, Journal of management studies, Vol 29. No. 6, pp. 713-40, 1992 Tenkasi R.V. & Boland R.J., Exploring knowledge diversity in knowledge intensive firms: a new role for information systems, Watkins K.E. and Marsick V.J., Sculpting the Leraning Organisation: lessons in the art and science of systematic change, Weggeman M., Kennismanagement; Inrichting en besturing van kennisintensieve organisaties, Scriptum, Schiedam, 1997 Weick K.E., The nontraditional quality of organisational learning, Organization Science, 2, nr.1, pp. 116-124,1991.
In de rubriek © 2002 Vincent Jentjens
|
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||||